Financiële ontwikkelingen
In de begroting 2026 raamden wij een negatief saldo van € 133.000. Met de verwerking van de mutaties (zie mutaties Zomernota 2026) wordt het begrotingssaldo € 306.000 negatief. De grootste financiële mutaties zijn veroorzaakt door:
Omschrijving | voordeel | nadeel |
|---|---|---|
Inhuurkosten griffie - waarneming en vervanging bij ziekte | € 176.000 | |
Lagere afschrijvingslasten - door vrijval en nog niet afgeronde investeringen | € 294.000 | |
Voorjaarsnota Rijk - vooruitlopend op meicirculaire 2026 | € 188.000 | |
Afrekening BCF 2025 - in de septembercirculaire is een te hoog voorschot verstrekt in de algemene uitkering | € 235.000 | |
Verlagen stelpost BCF 2026 - als gevolg van de lagere bijstelling in de voorjaarsnota van het Rijk | € 100.000 | |
Rente - ontvangen rente schatkistbankieren en vrijval rente door niet nodig gebleken langlopende lening | € 300.000 |
Ontwikkelingen gemeentefonds (2026 en verder)
De financiële vooruitzichten voor gemeenten blijven ook in de periode vanaf 2026 onzeker. Het gemeentefonds wordt vanaf 2026 geconfronteerd met een structurele terugval (het zogenoemde ravijnjaar), ondanks tijdelijke en deels structurele dempingsmaatregelen van het Rijk. De groei van het gemeentefonds is gebaseerd op de aangepaste accressystematiek en volgt de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Het Centraal Planbureau raamt voor 2026 een BBP prijsstijging van circa 2-2,5%, die bepalend is voor het prijsaccres. Definitieve besluitvorming hierover vindt plaats in de Meicirculaire. Hoewel het accres daardoor minder onvoorspelbaar is geworden, blijft sprake van een structurele spanning tussen taken en beschikbare middelen, mede door aanhoudende druk op onder andere de jeugdzorg en eerdere overhevelingen van specifieke uitkeringen naar de algemene uitkering.
